Partneralimentatie

Let wel: zo het nu staat gaat op 1 januari 2020 een nieuwe regeling gelden (zie onderaan de tekst)

De wettelijke regeling is dat er na echtscheiding partneralimentatie moet worden betaald wanneer de ene partner een bijdrage in het levensonderhoud nodig heeft (behoefte) en de ander voldoende financiële ruimte heeft om deze bijdrage te betalen (draagkracht). Als het tijdens het huwelijk zo was dat de ene echtgenoot meer verdiende dan de ander, dan betekent dit vaak dat er ook na de echtscheiding een verplichting blijft bestaan om de ander te onderhouden.

 

Heeft uw huwelijk korter geduurd dan vijf jaar en zijn er uit uw huwelijk geen kinderen geboren, dan is in uw geval de wettelijke duur van de alimentatieplicht gelijk aan die van het huwelijk. In alle andere gevallen is de maximale duur van de alimentatieplicht twaalf jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum waarop de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente. Dus vanaf de dag dat de echtscheiding tot stand is gekomen.

 

Volgens de wettelijke regeling moet eerst kinderalimentatie berekend worden en wordt er daarna gekeken of er nog draagkracht is om partneralimentatie te betalen.

 

Aan de verplichting tot betaling komt niet alleen een einde door het verstrijken van de termijn voor de duur van de alimentatieverplichting, maar ook doordat de (ex-)partner die alimentatie ontvangt of de (ex-)partner die alimentatie betaalt overlijdt, of de ontvanger van partneralimentatie huwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met een ander als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registreren.

Maar partneralimentatie is meer dan alleen een zakelijke berekening. U kunt zelf aangeven hoe u de afspraak vorm wilt geven. In de wet staat dat partneralimentatie maximaal 12 jaar wordt betaald, maar als u het er beide over eens bent mag een kortere termijn ook. Ook over de hoogte van het bedrag en over het betalen in maandelijkse termijnen of een afkoopbedrag ineens kunt u samen afspraken maken.

 

Let wel u kunt kiezen voor een hoger of lager bedrag, maar ook voor helemaal geen partneralimentatie. Wanneer u afspreekt dat er over en weer helemaal geen partneralimentatie wordt betaald, wordt er gesproken van een ‘nihilbeding’. Een ‘nihilbeding’ dat is vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst is in beginsel geldig, maar de rechter kan deze toetsen aan de redelijkheid en billijkheid. Let wel wanneer een van de ex-partners een beroep doet op een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand is de gemeente niet gebonden aan een nihilbeding. Op grond van de Wet werk en bijstand mag de gemeente een onderhoudsbijdrage verhalen op de ex-echtgenoot, ook als een nihilbeding is afgesproken.

 

Wettelijke indexering van de partneralimentatie is geen verplichting, maar wordt wel vaak opgenomen.

 

 

Op 1 januari 2020  treedt de Wet herziening partneralimentatie waarschijnlijk in werking.
De nieuwe regeling ziet er in het kort als volgt uit:

Hoofdregel is dat de maximale termijn waarover partneralimentatie verschuldigd is, gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk tot een maximum van 5 jaar.

 

Er zijn drie uitzonderingen op deze regel:

 

1. Wanneer u gaat scheiden en de kinderen zijn jonger dan 12 jaar, dan eindigt de partneralimentatieverplichting niet eerder dan dat het jongste kind de 12-jarige leeftijd bereikt.

 

2. Wanneer het huwelijk op het moment van indiening van het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank minimaal 15 jaar of langer heeft geduurd én de alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaren jonger is dan de op dat moment toepasselijke AOW-leeftijd (nu: 57 jaar of ouder), geldt de verplichting tot betaling van partneralimentatie totdat de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt.

 

3. Wanneer het huwelijk op het moment van indiening van het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank minimaal 15 jaar of langer heeft geduurd én de alimentatiegerechtigde  geboren is op of vóór 1 januari 1970 dan duurt de partneralimentatie maximaal 10 jaar.

 

Buiten deze uitzonderingen om kan men ook via een beroep op de hardheidsclausule aan de rechter een verlening van de alimentatieverplichting vragen (nieuw artikel 1:157 lid 7 BW).

 

© 2014-2016 Nauta Mediator. Alle rechten voorbehouden.